Een Tibetaanse meester gaf eens een lezing voor een klas
economiestudenten. Op zijn bureau stalde hij een glazen vaas en een
aantal kiezelstenen. Een voor een deed hij de stenen in de vaas, tot er
geen steen meer bij kon.
"Is de vaas vol?", vroeg hij aan de klas.
"Ja", oordeelde de klas.
De meester glimlachte en pakte van onder het bureau een pot met grind,
die hij in de vaas gooide. Met een beetje schudden verdween al het
grind in de vaas.
"Is de vaas vol?", vroeg hij aan de klas.
"Ja", oordeelde de klas.
De meester glimlachte en pakte van onder het bureau een pot met zand,
die hij in de vaas gooide. Met een beetje schudden verdween al het zand
in de vaas.
"Is de vaas vol?", vroeg hij aan de klas.
"Ja", oordeelde de klas.
De meester glimlachte en pakte van onder het bureau een kan water, die
hij in de vaas gooide.
"Nu is de vaas vol", zei de meester. "Wat kun je hiervan leren?"
Een leerling stak zijn hand op. "Het punt is, dat hoe vol je schema
ook lijkt, je kunt er altijd wel wat tussen vrotten."
"Nee", sprak de meester. "Dat is niet het punt. Dit voorbeeld
illustreert dat je nooit alles in de vaas had gekregen als je de grote
kiezels er niet als eerste in doet. Wat zijn de 'grote kiezels' in jouw
leven? Je opleiding? Een ideaal? Tijd met mensen van wie je houdt?
Vergeet nooit dat de grote stenen het belangrijkst zijn, omdat het je
anders niet lukt."